In de knoop

Dit verhaal start ik met een waarschuwing voor mijn ouders: Dit verhaal kan informatie bevatten over mijn middelbare school periode waar jullie tot op de dag van vandaag niks van af wisten.

Afgelopen donderdag moest ik in verband met ziekte van een van onze leerkrachten een dagdeel groep 7 vervangen. Op het rooster staat een vreedzame school les. Omdat ik het geweldig vind om deze lessen te geven, bladerde ik de klassenmap door om te kijken welke les ik moest geven. Het wordt mij niet duidelijk welke les ik precies moet geven, maar in het logboek zie ik iets staan over samenwerken. Ik besluit de les te improviseren, want dat is iets waar ik goed in ben.

Ik start de les met de binnenkomer ‘in de knoop’. Het is bedoeling dat de kinderen van groep 7 met hun handen omhoog door de klas gaan lopen, wanneer ik zeg ‘stop’ moeten ze willekeurig twee verschillende handen van twee klasgenoten vastpakken. Zo wordt iedereen met elkaar verbonden. ‘Jullie zitten nu aan elkaar vast, met een fluisterstem ga je samenwerken om uit de knoop te komen, je mag hierbij je handen niet loslaten.’ Al snel mondt deze oefening uit in een groot fiasco. Er wordt geduwd, getrokken en geschreeuwd. Ik besluit de oefening te stoppen en vraag de kinderen te gaan zitten. Wanneer de groep stil is en op hun plek zit, vraag ik: ‘Wie kan mij vertellen wat er net gebeurde? Hoe kan het dat het samenwerken lastig was?’

De klas reageert hierop. ‘Juf het samenwerken lukte niet, omdat ik mijn klasgenoten niet kan vertrouwen. Ik wil wel samenwerken maar als ik dan geduwd wordt door iemand anders lukt dat niet.’ Een ander kind vult aan: ‘Juf, er zijn kinderen in de klas die onaardig doen, dan kan ik niet goed samenwerken.’ ‘Juf, veel kinderen in de klas snappen ook niet dat een iemand het kan verpesten voor de rest, bijvoorbeeld als er al eens gewaarschuwd is, dat sommige kinderen dan toch doorgaan. En dan gebeurt er wat er net gebeurde, u legt de les stil.’ ‘Ja, en het is ook belangrijk dat diegene dan accepteert dat het zijn of haar schuld is, anders wordt het alleen maar erger.’ En de kinderen opperen nog meer: ‘Juf het leek wel of de kinderen in deze klas niet rustig kunnen blijven.’ ‘Ja en er zijn ook kinderen die zeggen dat ze niks gedaan hebben, maar ondertussen doen ze toch mee en zijn ze niet eerlijk.’ Tot slot geeft een van de leerlingen aan: ‘Als iemand iets doet, wil ik graag meedoen…’

Ik herhaal wat de kinderen zeggen en zeg tegen de kinderen: ‘Dus eigenlijk zeggen jullie dat samenwerken moet voldoen aan een aantal succescriteria, namelijk: vertrouwen, vriendelijkheid, verantwoordelijkheid, eerlijkheid, rustig blijven en respect naar elkaar tonen… Maar er is iets anders wat ik eigenlijk wel heel interessant vind, jullie zeggen eigenlijk tegen me dat er groepsdruk is, dus dat je iets doet, omdat iemand anders iets doet…’ Het blijft even heel stil. ‘Wie uit deze klas geeft toe dat hij of zij meedoet aan groepsdruk?’ vraag ik. Voorzichtig gaan er zeker bij zes jongens uit deze klas vingers omhoog. ‘Oké’, zeg ik. ‘Ik ga jullie iets vertellen over een aantal dingen die ik heb meegemaakt, daarna mogen jullie me vragen stellen.’

Als ik ga vertellen is het helemaal stil in de klas en alle ogen kijken naar mij. Dan begin ik…

‘Toen ik op de middelbare school zat was er heel veel groepsdruk. In groep 8 zat ik met een paar meisjes in de klas waar ik eigenlijk geen klik mee had, ik voetbalde altijd met jongens op het schoolplein en was blij dat ik daarom met drie jongens uit groep 8 naar de middelbare school ging. Elke dag fietsten we samen en in het begin was dat gezellig. Maar ook deze jongens kregen nieuwe vrienden. Op een gegeven moment gingen zei zich stoer gedragen en vonden sommige van mijn oude klasgenoten samen met een paar nieuwe jongens die dan wel eens meefietsen het leuk om elke keer mijn tas van mijn fiets te trappen. Wat een ellende dag in, dag uit. En dit deden ze niet omdat ze me niet aardig vonden, maar dit kwam door groepsdruk, ze wilden er graag bij horen en dus gingen ze rare dingen doen.’

Als ik de klas in kijk zitten de kinderen mij vol verbazing met open mond aan te kijken. Ik vervolg mijn verhaal: ‘Toen ik wat ouder was stopte dit allemaal, maar ondervond ik zelf groepsdruk. Een aantal jongens en meiden in mijn klas vond het stoer om te roken. En tsja….’ ‘Oh nee juf wat erg! Ging u dat ook proberen?!’, hoor ik een jongen uit groep 7 roepen. ‘Ja ik moest wel, anders was ik niet stoer…’ zei ik. En ik vertel verder: ‘Maar daar bleef het niet bij, toen ik in mijn examenjaar zat, haalden ik en mijn klasgenoten elkaar over om te gaan spijbelen…’ ‘Oh nee!’ hoor ik in de klas en een aantal leerlingen slaan geschrokken hun hand voor hun mond. ‘Er waren behoorlijk wat uren die ik doorbracht in de stad, we haalden patat, ijsjes en waren overal behalve in de lessen op school. Ik had een hekel aan biologie in mijn examenjaar, de leerlingen die het leuk vonden tekenden mij af op de presentielijst, zodat het leek of ik aanwezig was. Dat ging zo het hele jaar door. Toen de laatste les als voorbereiding op het examen eraan kwam, besloot ik toch te gaan, want ik snapte helemaal niks van de lesstof, ik had immers geen les gehad. De leerkracht vroeg toen terecht aan mij: ‘Huh zat jij hier het hele jaar al?’ Waarop ik natuurlijk wel ja moest antwoorden, omdat ik anders door de mand zou vallen…’ ‘Heeft u uw examen gehaald?’ vraagt een van de leerlingen. ‘Ja op een tiende punt…’ ‘Wow dan heeft u echt geluk gehad juf!’ ‘Dat klopt en toen dat gebeurde, besefte ik ook echt wel dat het allemaal verkeerd was wat ik had gedaan…’ ‘Weten uw ouders hiervan?’ Ik kijk de klas aan. ‘Nee…’ antwoord ik. ‘Huh dus wij weten nu iets van u, wat uw ouders niet weten?’ ‘Dat klopt’, zeg ik. ‘Bent u van plan het aan ze te vertellen? Dat u deze dingen heeft gedaan door groepsdruk?’ Even twijfel ik. ‘Misschien’, antwoord ik. Dan vraag ik de klas: ‘Vertel wat hebben jullie aan mijn verhaal gehad?’

De kinderen geven om en om antwoord. ‘Dat je altijd jezelf moet blijven en geen dingen moet doen, die anderen graag willen.’ Een ander kind antwoord: ‘Dat het belangrijk is om eerlijk te zijn, ik vind het eigenlijk wel erg dat uw ouders dit niet weten.’ Weer een ander zegt: ‘Dat ik weet dat ik mijn best moet doen op school, en op school ben voor mezelf.’

Dan wijs ik naar de succescriteria die ik op het bord heb geschreven. ‘Grappig hè, verantwoordelijkheid, vertrouwen, eerlijkheid, respecteren dat dingen zijn zoals ze zijn, eigenlijk komt het allemaal terug in mijn verhaal. Maar nu heb ik een vraag aan jullie, wie denkt dat jullie de opdracht nu wel kunnen uitvoeren en dat het samenwerken gaat lukken?’ Alle kinderen steken hun vinger op, ze gaan staan, lopen door elkaar, pakken twee willekeurige handen vast en gaan aan de slag. Er wordt gefluisterd, er wordt overlegd, de kinderen zijn rustig en samen komen ze uit de knoop. Ik kijk de kinderen aan en zeg: ‘Wat ontzettend knap! Door middel van deze succescriteria is het jullie gelukt! Geef jezelf een groot applaus!’ Er wordt geklapt en gejuicht. Daarna gaan de kinderen weer zitten op hun stoel.

Ik besef dat het belangrijk is dat deze kinderen concrete voorbeelden nodig hebben en leren van ervaringen van een ander. Lesgeven doe je immers niet uit een boek, maar met je hart. En dat werd in deze les zeker duidelijk.

‘Never regret a day in your life: Good days bring happiness, bad days bring experience, worst days give lessons and best days give memories.’

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s