Voor de vakantie besloot ik dat het voor mezelf beter zou zijn om weer voor de klas te staan. Een kantoorbaan als IB’er of Directeur past niet bij me. Ik moet letterlijk iets doen en wil betekenisvol zijn.
Vorige week startte ik met de voorbereidingen en maakte ik kennis met al mijn nieuwe collega’s. Ik weet het nu al: Ik voel me hier ontzettend thuis. En ergens was dit voor mij ook een stap die op mijn wishlist stond. Toen ik net begon met werken heb ik een jaartje in het VSO gewerkt, een leeftijd die me toen al heel erg aansprak, en die interesse is nooit verdwenen.
Deze week begon ik dus vol goede moed en met heel veel zin aan mijn nieuwe uitdaging.
Voordat ik de leerlingen daadwerkelijk voor me in de klas had, kwam ik erachter dat ik een van de leerlingen uit mijn klas ken van zijn basisschooltijd (twaalf jaar geleden). Ik kan hem nog zo voor me halen, een klein vierjarig jongetje met een hele grote bos met blonde krullen en sproetjes. Zijn gezicht is niet veel veranderd, zijn blonde krullen zijn inmiddels verdwenen. Ik vertel hem wat ik nog van hem weet en krijg de vraag: ‘Mevrouw, was ik eigenlijk een leuke kleuter?’
De eerste dag gebruik ik vooral om kennis te maken met mijn leerlingen. Ik vertel over mezelf, laat de leerlingen een kennismakingsspel doen en laat ze ook een soort vriendenboekje invullen, waarop ze vertellen waar ze van houden, wat ze leuk vinden om te doen, waar ze snel geïrriteerd door raken en wat hun doel is voor dit schooljaar. Voor mij nuttige informatie om van ze te weten. De leerlingen komen op hun beurt met veertien vragen die ze mij graag willen stellen. Hierin komt letterlijk van alles langs. Ze willen weten of ik broers of zussen heb, waarom ik niet meer getrouwd ben maar gescheiden, wat het mooiste land heb wat ik ooit heb gezien en waarom, wat de betekenissen van m’n tatoeages zijn en of het pijn deed deze te zetten en of ik wel eens met drugs geëxperimenteerd heb. Op die laatste vraag ontstaat discussie in mijn klas: ‘Kijk naar haar, vriend, zij is echt zo’n type van twee wijntjes in het weekend!’ Ik kan deze oprechte puber vragen en reacties naar elkaar wel waarderen. Ik heb een heel leuk en open gesprek met ze.
Ik kom erachter dat een leerling graag iets met tattoo design wil doen, een ander al werkt als nagel styliste. Er zijn ook leerlingen in mijn klas die aangeven wel eens drugs te gebruiken. Eigenlijk zeggen ze gewoon allemaal wat ze denken en willen zeggen.
Ook vind ik ze allemaal oprecht heel serieus en hebben de meesten een doel voor ogen. De een wil naar het MBO, de ander wil graag na jaar vijf op school gelijk aan het werk.
Ook worden er tussendoor leuke vragen gesteld en opmerkingen geplaatst: ‘Mevrouw, waar doet u eigenlijk uw nagels? En doet u dan Biab? OMG! Kijk haar teentjes, zo verzorgd! Leuk hoor mevrouw!’ ‘Mevrouw, waar heeft u dat topje gekocht? Ik vind de kleur echt heel mooi!’
Maar ook dingen als: ‘Mevrouw ik weet echt nog niet waar ik stage moet gaan lopen, mag ik naar het stagebureau lopen om te overleggen?’ En ‘Ik heb net een stage geregeld!’ Waarop weer een andere leerling zegt: ‘Oh en trouwens mijn moeder heeft me net laten weten via whatsapp dat het kennismakingsgesprek volgende week dinsdag door kan gaan!’ Ze zijn zestien en regelen veel dingen gewoon zelf.
Na de eerste dag vraag ik feedback en tips aan mijn klas: ‘Nee mevrouw u bent goed, je weet toch? Gewoon tranquilo!’ De ander zegt juist: ‘Ik vind dat u nog wel ietsje strenger mag zijn.’
Eén ding weet ik zeker, ik vind het nu al helemaal leuk en kijk uit naar de weken die nog gaan komen.
