Op woensdag werk ik ambulant als coach. Na een gesprek met een collega en een externe coach, besluit ik mijn lessen voor maandag en dinsdag voor te bereiden. Een collega komt binnenlopen. ‘Ik ga zo op stagebezoek bij een van jouw leerlingen, heb je zin om mee te gaan?’ Omdat ik hier natuurlijk nog maar net werk, vind ik het leuk om te zien wat mijn leerlingen op hun stage doen en waar ze stage lopen. Ik besluit daarom met mijn collega mee te gaan. We springen op de fiets en scooter en rijden naar de Haagse wijk Transvaal.
De leerling die ik ga bezoeken start daar vandaag als stagiair in het jongerenwerk. Hij wil graag sportcoach worden en dit is een mooi opstapje. Eenmaal aangekomen zie ik mijn leerling enigszins verbaasd kijken. Mij had hij uiteraard niet verwacht. Als ik naar hem toe loop geeft hij me een hand: ‘Hoi mevrouw!’ Ik zie aan hem dat hij het leuk vindt, maar hij is ook een beetje verlegen. We worden ontvangen in een buurthuis. De jongerenwerker waarbij hij stage gaat lopen is aanwezig. Het schijnt een jongerenwerker te zijn die mijn leerling al heel z’n leven kent. De jongerenwerker vertelt: ‘Als klein ventje kwam hij al bijna dagelijks bij mij, om te voetballen met z’n vriendjes, maar ook om mee te doen met de activiteiten. Nu hij ouder is geef ik hem steeds meer verantwoordelijkheid en helpt hij me ook vaak. Zelfs met boodschappen doen.’ Mijn leerling lacht. Hij wil erg graag sportcoach worden en lijkt op deze stageplek goed tot zijn recht te komen. We stemmen af wat zijn stagedagen en uren worden. Voor hem is dit een beetje anders dan bij de rest van mijn klas. Hij gaat stage lopen op woensdag, donderdag en zondag van 15.00 uur ‘s middags tot 21.00 uur ‘s avonds. Dat betekent dus ook dat hij op vrijdag vrij is. Het is leuk om te zien dat de school waar ik werk hier eigenlijk altijd wel een mouw aan weet te passen en dat ook hier flexibel mee omgegaan wordt.
Op zaterdag is het mooi weer en ga ik samen met een vriendin naar een festival in Rotterdam. Na het festival gaan we met de trein en de fiets weer terug naar huis. Voordat we gaan slapen, besluiten we bij een bekende snackbar in Den Haag nog wat te eten te halen. Als ik daar binnenstap, zie ik opeens een van mijn leerlingen daar staan. Ik kijk mijn vriendin aan en fluister in haar oor: ‘Oké dit is een beetje awkward, maar een van mijn leerlingen staat hier.’ Als ik nogmaals kijk, heeft hij mij ook gezien. Het is ook best bijzonder dat je je mentor om half twee ‘s nachts in het weekend in een snackbar in Den Haag tegenkomt. Ik zie dat hij begint te lachen, dus ik stap op hem af. ‘Gek hè om mij hier tegen te komen?’ ‘Best wel!’ antwoordt hij. Hij kijkt weg en moet weer lachen. ‘Wat heb je besteld?’ vraag ik. ‘Ik heb nog niet besteld, ik ben nog aan het nadenken…’ Ondertussen is mijn bestelling klaar en ik loop samen met mijn vriendin de snackbar uit. ‘Tot maandag hè!’ roep ik.
Als ik maandag op school start, is de leerling die ik zaterdag ben tegengekomen niet in de klas aanwezig. Hij is te laat. Maar wanneer hij er is, de klas binnenstapt en onze blikken elkaar kruizen, zie ik een grijns op zijn gezicht. Op maandag start mijn klas met stageuur. Tijdens dit uur hoor ik wat gegiebel in mijn klas ontstaan. De leerling zegt opeens: ‘Dubbele kip katjang’ en begint keihard te lachen. Het antwoord op de vraag die ik hem zaterdagnacht stelde, kwam er nu eindelijk uit. (Voor de mensen die het niet weten: dit zijn twee witte puntjes, met gefrituurde kipfilet en katjangsaus. Dit is nogal een fenomeen in Den Haag. No ad, no spon) ‘Ik hoop dat je ervan genoten hebt’, zeg ik. En ook de rest van de ochtend blijft de dubbele kip katjang regelmatig in de gesprekken langskomen en kunnen we hier allebei om lachen.
Verder is mijn klas op maandag en dinsdag erg druk. Ik kom er niet goed achter wat er speelt en de leerlingen kunnen het me niet goed uitleggen. Op dinsdagmiddag is het laatste half uur de koek echt wel op. In plaats van nog een boek open te slaan en een les te geven, ga ik het gesprek aan over wat de leerlingen de rest van de week gaan doen. Naast hun stage, werken de meesten ook na schooltijd. Weer anderen gaan buiten voetballen, sporten of met vrienden afspreken. ‘Wat gaat u eigenlijk doen?’ vraagt een van mijn leerlingen. Ik vertel dat we een vergadering hebben na schooltijd en dat ik daarna de uitslag krijg van mijn eigen ADHD onderzoek.
Tijdens de zomervakantie ben ik onderzoekstraject aangegaan, omdat ik moeite heb met het verwerken van prikkels en ze slecht kan filteren, soms overprikkeld ben, maar ook al heel m’n leven kort slaap, erg veel energie heb en nogal ‘chaotisch’ ben. Een van m’n leerlingen reageert hierop: ‘Mevrouw ik denk dat u ADD hebt, en dat uw hoofd gewoon heel druk is.’ ‘Ik ben erg benieuwd, ik houd jullie op de hoogte….’ reageer ik. En op dat moment gaat de bel.
Wordt vervolgd….
