‘Goedemorgen mevrouw. Ik heb echt een kut weekend gehad.’ Dit is de eerste zin die ik hoor als de eerste leerling mijn klaslokaal inloopt. Ze geeft me een hand en gaat verder met haar verhaal. ‘Ik was zaterdag gewoon lekker thuis aan het chillen en je weet toch, ik dacht lekker even een drankje drinken….. Nou mevrouw, ik had dus echt niet veel gedronken, maar ik was dronken. Het was niet normaal. Ik heb zondag de hele dag lopen spugen. Ik zweer het hè! Ik heb nog nooit zoveel gespuugd. En omdat ik zoveel moest spugen, kon ik gisteren ook niet eten. Ik was de hele dag misselijk. En nu… nu ben ik moe.’ Ze kijkt me met grote ogen aan. ‘Goed begin van je week zo te horen. Ik ben in ieder geval blij dat je er bent. Probeer je vandaag weer een beetje te eten?’ reageer ik. Ze knikt en loopt naar haar plek. De rest van de leerlingen uit mijn klas komt relatief rustig binnen.
Tijdens het vierde lesuur, loopt een van mijn leerlingen naar de kraan. ‘Juf ik heb een bloedneus’, hoor ik. Hij pakt papier en knijpt zijn neus dicht. Het lijkt allemaal mee te vallen. Als ik me omdraai zie ik dat deze zelfde leerling met een tampon in zijn hand staat. Hij pakt een glas water en laat de tampon erin zakken. ‘Mevrouw, ik wil even een experiment doen….’ ‘Dat snap ik’, zeg ik. ‘Maar hoe kom jij aan een tampon?’ ‘Van mij mevrouw’, zegt een van de meiden uit mijn klas. ‘Ik dacht als die bloedneus niet stopt, kan hij die tampon in zijn neus stoppen.’ ‘Aha’, zeg ik. ‘Slim bedacht wel, maar gelukkig is het niet nodig’. Mijn leerling staat nog steeds vol verbazing naar de tampon in het glas water te kijken. ‘Mevrouw, hoe kan dat ding nou zo groot worden…. Uhm, het is misschien een beetje raar om te zeggen, maar….. dat past toch nooit?’ Hij trekt zijn wenkbrauw op. ‘Goed….’, zeg ik. ‘Ga allemaal even zitten. Ik ga jullie uitleggen hoe dit werkt.’ En ik begin mijn verhaal. ‘Als een vrouw ongesteld wordt…..’ en een kwartier lang luistert mijn klas aandachtig. Kennelijk was dit nieuwe informatie. Vooral voor de jongens. Maar interessant vinden ze het wel.
Zoals gewoonlijk vliegt de dag voorbij met mijn klas. Het lukt mij na deze weken nog steeds niet om alle lessen volledig en goed te geven op mijn manier. Dit komt vooral, omdat er zich gedurende de dag vaak situaties aandienen die echt even besproken moeten worden. Ook omdat ik vind dat de klas echt wel iets met de informatie kan. Wel merk ik dat de band die ik heb met mijn klas steeds beter begint te worden. De klas vertelt mij steeds meer persoonlijke verhalen en ze weten ook dat ze bij mij met echt alles terecht kunnen. Ook met gekke vragen.
Tijdens de laatste tien minuten van de dag, heb ik een afsluitend gesprek met mijn klas. Een van van mijn leerlingen steekt zijn hand op en vraagt. ‘Mevrouw, kent u Walibi fright nights? Zou u het misschien leuk vinden om met mij daar naartoe te gaan? Het lijkt me echt leuk om dat met u te doen!’ Een van de andere leerlingen reageert hierop: ‘Yoow, wat is dit man?! Vraag je nou gewoon de juf mee op date??’ Gelukkig kan de leerling zelf om deze opmerking lachen. ‘Het is maar net hoe je het bekijkt….’ reageert hij. Ik besluit hier verder niet op in te gaan. Grappig vind ik het zeker wel.
Als de bel gaat staan de meeste leerlingen te popelen om naar huis te gaan. Ze geven me allemaal een hand voor ze de deur uit gaan. ‘Dag mevrouw tot morgen!’ Een van mijn leerlingen pakt mijn hand en zegt: ‘Tot morgen schatje patatje!’ Als ik vind dat mijn klas goed luistert of als ik vind dat ze heel hard aan het werk zijn, zeg ik dit vaak: ‘Wat zijn jullie toch schatje patatjes!’ Of ‘Schattepatat zeg het eens….’ Vandaag krijg ik deze opmerking dus terug. ‘Tot morgen schatje patatje’, zeg ik. De leerling lacht, hij heeft nog steeds mijn hand vast. ‘Jij moet eerst loslaten….’ zeg ik. ‘Nee u moet eerst loslaten….’ Hij heeft nog steeds een grote grijns op zijn gezicht. Ik besluit zijn hand los te laten. En weer reageert hij: ‘Nou tot morgen schatje patatje!’ Hij heeft hier duidelijk lol in. Ik ook….. Want schatje patatjes dat zijn het zeker allemaal, op hun eigen identieke manier!
