Het is weer maandag en mijn klas zit er weer lekker fris en fruitig bij. Zoals gewoonlijk gaat mijn klas gelijk na het weekend aan de slag met hun stageopdrachten. ‘Mevrouw, kunt u komen? Het lukt me niet met die letters! Echt irritant!’ Ik loop naar mijn leerling toe en vraag wat er is. ‘Ja, kijk dan mevrouw! Die letters verspringen steeds in mijn presentatie…’ Ik kijk naar het scherm en dan verspringt er een letter. Ook zie ik dat mijn leerling met zijn elleboog de spatiebalk licht indrukt. Hij heeft dit niet door. Hij kijkt mij aan. ‘What the f*ck! Deed u dat nou met uw ogen?’ ‘Ja’, zeg ik. ‘Ken je die film Mathilda?’ Mijn leerling knikt. ‘Ik ben net als Mathilda. Als ik maar lang genoeg naar dingen kijk, kan ik ze laten vliegen en verspringen met mijn ogen.’ ‘Echt?!’ zegt hij. ‘Ja!’ zeg ik. Twee leerlingen die naast hem zitten kijken mij aan en barsten in lachen uit. Ze weten gelijk dat ik een grap maak. Ik help de leerling nog even met de verspringing in zijn presentatie en hoop dat hij me niet al te serieus neemt.
Het is elke week weer moeilijk om mijn klas weer in het schoolse gareel te krijgen. Ze hebben hier echt moeite mee. Uiteindelijk heb ik ze rustig aan het werk tijdens de rekenles. Het is echt zo stil dat je bijna een speld kan horen vallen. Deze momenten zijn echt schaars in mijn klas. Er zijn namelijk altijd leerlingen die toch een grapje of geluidje maken. Maar juist omdat mijn klas, een klas vol druktemakers is, vind ik elk moment dat ze dit kunnen eigenlijk al knap. Uiteraard duurt de stilte niet heel lang. Want zomaar uit het niets, wordt er door een van mijn leerlingen een lied ingezet. ‘En, hij zei LEEF! Alsof het je laatste dag is! Leef! Alsof de morgen niet bestaaaaaat. Leef, alsof het nooit echt af is. LEEF, pak alles wat je kan… En ga, a, a, a, a, a, a, a, a, a, a, a Pak alles wat je kan!’ Alle jongens zingen uit volle borst mee. ‘Waar hebben jullie last van…’ zeg ik. Ik moet hier echt om lachen. Het was zo onverwacht. ‘Oké het concert is nu wel klaar…’ en het valt gelijk stil. Waarop volgt: ‘En nog eentje! In drie, twee, een….’ Even lachen we met de hele klas door. ‘Oké! Tijd om aan het werk te gaan!’ Gelukkig doen ze dat dan ook. Echt, mijn klas is nooit saai!
Als ik op dinsdagochtend wakker word, zie ik dat een van mijn leerlingen geappt heeft. En tot mijn verbazing zie ik dat hij de berichten heeft gestuurd om tien voor een ‘s nachts.
‘Kijk ik kan gwn bestellen mooi eh heb ik van u geleerd’, staat er. Met een screenshot van een bestelling bij een webshop. We hebben inderdaad een examenopdracht gedaan die ging over het opzeggen van een abonnement via een officiële brief. Hier moest je inderdaad ook je adresgegevens correct voor invullen en ik begrijp de gelijkenis met de bestelling. Ook stuurt hij een foto van een paar sneakers. ‘Heb deze schoenen besteld’, staat erbij. Ik stuur hem een reactie. ‘Goeiemorgen! Nou volgens mij is er geen examenopdracht met online bestellingen plaatsen. Haha, dus ik weet niet welke opdracht jij gedaan hebt?? 🤣 Maar eerlijk! Deze sneakers zijn wel echt nice! Tot straks! 😁’
Als ik hem zie op school is deze leerling lichtelijk in paniek. ‘Mevrouw, ik maak me een beetje zorgen. Ik heb geen bevestigingsmail van mijn bestelling gehad.’
Ik besluit voor hem even een en ander uit te zoeken. Via de recensies en reviews kan ik niks over de webshop vinden. Ook als ik de webshop google is er niks vindbaar. Ik vraag hem of hij het oké vindt, dat we dit straks even klassikaal bespreken. Hij geeft aan dat dit prima is.
Op mijn Digibord zet ik de website van trustpilot open, google ik ‘online veilig betalen’ en vraag ik of hij zijn verhaal met de klas wil delen. Hij vertelt dat hij heel specifiek op zoek was naar een bepaald type sneakers. Hij had ze gegoogled en via de shop resultaten op Google de goedkoopste variant aangeklikt en dus online gekocht en betaald.
Ik leg de leerlingen uit dat als je gebruik maakt van een onbekende webshop, die je tegenkomt op Google, TikTok of Instagram, dat ze dan eerst moeten zoeken op trustpilot of er reviews zijn van het bedrijf en of deze positief zijn. Ik laat een paar voorbeelden zien. Ook zoeken wij het bedrijf waar de leerling besteld heeft. Hier komt niks naar voren. Ook laat ik zien dat dit bedrijf geen hits geeft op Google. De klas kijkt me vol verbazing aan. Mijn leerling reageert: ‘Ik denk dat dit heel jammer is van mijn honderdtwintig euro….’ Ik zeg dat het inderdaad zou kunnen, dat de webshop nep is. Ook leg ik nog een en ander uit over bepaalde betaalwijzen. Ook vertel ik dat het soms verstandig is om te betalen met een creditcard (uiteraard in overleg met ouders), omdat je dan verzekerd bent voor honderdtachtig dagen in geval van oplichting of diefstal. Dit hele verhaal maakt wel indruk op ze.
Aan het eind van de middag krijg ik weer een appje met een screenshot van een bevestigingsmail. ‘Ik heb dit net binnengekregen’, staat erbij. ‘Dat klinkt positief’, reageer ik. ‘Ja hoop dat ik niet word genaaid’, stuurt hij terug. ‘Ik duim voor je!’ reageer ik. En ik hoop oprecht dat hij over een paar dagen toch echt een mooi paar sneakers in zijn handen heeft. En zo niet, dan was dit een les waar de hele klas iets aan gehad heeft.


