De afgelopen weken is het iets stiller geweest hier op mijn blog. Het was een drukke en hectische periode, die denk ik elke leerkracht in het basis- en voortgezet onderwijs wel herkent: rapporten en oudergesprekken. Hier gaat gewoon veel tijd en werk in zitten. Ook mijn werk als zzp-er is gewoon erg druk, waardoor er niet heel veel tijd was om te schrijven en te tekenen. MAAR: Ik ben er weer!
Na de kerstvakantie moest mijn klas er weer erg inkomen. Ik merkte dat het lastig was voor sommige leerlingen om weer gelijk een volle week met les en stage te draaien. Vermoeide en overprikkelde pubers had ik in mijn klas. Mijn leerlingen moeten daarom soms alle zeilen bij zetten tijdens hun examenopdrachten. En gelukkig zitten daar ook zeer afwisselende en ‘leuke’ opdrachten tussen.
Ik ging namelijk voor een van de examenopdrachten met mijn klas naar de rechtbank. En het weekend voor het bezoek waren mijn leerlingen hier al volop mee bezig. ‘Mevrouw, er staat in de brief dat we geen tassen mee mogen nemen en onze telefoon uit moet staan… Mag ik echt niet mijn tas meenemen?’ appt een van mijn leerlingen. En ook de ochtend zelf kwamen er vragen. Ik ontvang een appje met: ‘We moesten toch verzamelen op het centraal station voor de AH to go? Waar zijn jullie?’ Als ik aankom op het centraal station van Den Haag, staan de meeste van mijn leerlingen, allemaal ruim op tijd al op de verzamelplek. Ze geven ook aan dat ze er zin in hebben. Een enkeling mis ik nog, maar die staan uiteindelijk netjes bij de ingang van Het Paleis van Justitie op ons te wachten.
Waar mijn leerlingen eigenlijk nooit allemaal aanwezig zijn, ben ik vandaag helemaal compleet. Wanneer we naar binnen gaan moeten mijn leerlingen door de detectiepoortjes. ‘Moet mijn riem echt af? Maar dan zakt mijn broek af!’
Als we eenmaal echt binnen zijn, moeten wij ons boven bij de balie melden. We worden twintig minuten later een zaal in begeleid. Ik, maar ook mijn leerlingen, hebben geen idee wat hun te wachten staat en wat voor zitting wij bijwonen. Dan begint de rechter te spreken, nog voordat er een zaak begint: ‘Zometeen zullen de advocaten en de verdachte en misschien ook het slachtoffer zich hier melden. Even voor jullie duidelijkheid: vandaag behandelen wij alleen zedenzaken.’ Mijn klas valt even stil. Dan komen al snel de advocaten en een verdachte binnenlopen. De rechter vertelt tot in detail waar de zaak over gaat. Onze zaak gaat over een jong meisje van achttien, die is aangerand door een man van eenenzeventig. Ik kijk naar mijn leerlingen. Van de details die worden besproken, draait mijn maag om, ik word er kotsmisselijk van. Mijn klas is stil en onder de indruk en luisteren allemaal aandachtig. Zo zie ik ze weinig. Bij sommige leerlingen zie ik dat het echt binnenkomt. Ik fluister: ‘Ben je oké?’ en ik krijg een duimpje terug. Tijdens de zitting wordt de verdachte schuldig bevonden, omdat er getuigenverklaringen zijn en videobeelden. Wanneer de verdachte de zaal verlaat, kijken al mijn leerlingen naar hem. De rechter doet nog een toelichting op de zaak en mijn leerlingen mogen vragen stellen. Een van mijn leerlingen komt naar mij toe: ‘Mevrouw ik moest echt m’n best doen die man geen klap te geven….. Ik zweer het, hij moet gewoon zijn handen thuishouden…. ‘ Een andere leerling reageert: ‘Je ziet het gewoon aan hem, zo’n vieze oude man was dit!’ En ergens kan ik ze geen ongelijk geven.
We krijgen van de rechter de optie om nog een zitting bij te wonen, nog een zedenzaak. Mijn klas hoeft hier niet over na te denken en ze willen allemaal blijven. Ik sta echt versteld van mijn klas. Ze hebben het hier volgehouden om een zitting van drie kwartier en een zitting van anderhalf uur bij te wonen. Ook wordt er na afloop gevraagd: ‘Mevrouw, kunnen wij dit ook zelf doen? Gewoon een zitting bijwonen? Ik vind dit eigenlijk wel interessant.’
De dag daarna moeten mijn leerling een verslag maken van het bezoek. En ook daaruit blijkt dat deze zittingen indruk op mijn leerlingen hebben gemaakt. Op de vraag: ‘Vind jij dat de straf van de rechter gepast is? En wat zou jij eventueel anders doen?’ lees ik terug dat de meeste leerlingen vinden dat de verdachten vast zouden moeten komen te zitten en dat het rechtssysteem best wel wat strenger mag zijn in dit soort zaken.
Ook in de nabespreking in de klas komen er nog wat rake opmerkingen uit mijn klas: ‘Mevrouw ik vond het echt bizar dat een van die verdachten aangaf dat hij het niet fijn vond dat er zoveel mensen in de zaal aanwezig waren. Ik dacht alleen maar: ‘lekker voor je!’ En ook daar kan ik me wel in vinden…


